Log inRegister
An error has occurred:

Click anywhere to continue...
Part:
Chapter:
Download hier de bijlagen:

I.4. Reynaerts veroordeling

Resumerend zullen we eens nagaan wat Reynaert nu eigenlijk ten laste gelegd wordt en wat er vervolgens te zijner verdediging aangevoerd kan worden. De hypothese in de geest van de tekst hierbij is, dat Reynaert aan alles wat hem ten laste gelegd wordt onschuldig zou moeten zijn. Aangezien we dat in een aantal gevallen zeer duidelijk hebben geconstateerd, zou er toch een zekere consistentie moeten zijn.

 

- In de hss. A51, F51 en B61 lezen we dat Reynaert "te houe so vele mesdaen" had, dat hij niet durft te komen. Dit is een zeer vage (weliswaar auctoriale) mededeling, die eerst maar eens hard gemaakt moet worden203.

- Reynaert heeft Ysegrims vrouw "verhoert" (A73, F73 en B83). Volgens Grimbeert was die verhouding echter door beide betrokkenen aangegaan. Bovendien is volgens hs. B zelfs niet uit te sluiten, dat het Hersinde is, die het initiatief ertoe genomen heeft204.

- Reynaert heeft Ysegrims kinderen bezeken en er daarmee twee (A75-76 en F75-76) of allemaal (B85-86) blind gemaakt. Reynaert heeft echter een zeven jaar durende verhouding met Hersinde, waaruit volgens hs. B zeer wel mogelijk kinderen hebben kunnen voortkomen, zodat Reynaert slechts zijn eigen kroost mishandelde205.

- Reynaert heeft Cortoys een worst ontstolen (A99-106, F99-105 en B109-115). Maar Cortoys had die worst eerst zelf gestolen en was dus een dief. "Male quesite male perdite" (A257, F245 en B269)206.

- Reynaert heeft volgens Pancer in de hss. A136-164, F132-159 en B144-175 gepoogd Cuwaert te vermoorden. In de gegeven situatie was Reynaert echter de leermeester van Cuwaert (Pancer gebruikt zelf de term "meester reynaerde" in A154, F150 en B162) en dientengevolge was het hem toegestaan zijn leerling een aframmeling te geven, zegt Grimbeert in A250-252, F238-240 en B258-260)207.

- Cantecleer beklaagt zich er in A398-419, F386-406 en B426-448 over, dat Reynaert vele van zijn kinderen verslonden heeft, onder wie Coppe, terwijl ook Reynaert in B1508-1512, A1468-1472 en F1458-1462 tegenover Grimbeert toegeeft:

     Oeck heb ic si er misdaen mede

     Cantecleer ende sijn kijndere

     Waren sy meerre ofte mynre

     Vmmer maecte icse hem loss

     Mit recht claecht hi ouer die voss208.

Ook hier heeft de aanklager mogelijk boter op zijn hoofd. Cantecleer zou mogelijk incestueuze relaties met zijn kinderen hebben onderhouden.

- Reynaert heeft Bruun in de val gelokt en bijna laten vermoorden door de dorpelingen onder aanvoering van Lantfreit (A497-960, F483-946 en B524-984). Bruun wilde echter zelf graag honing hebben. Hij is ook zelf in de boom gekropen, terwijl Reynaert hem zelfs gewaarschuwd heeft niet te gulzig te zijn. Bruun is dus als een gewone dief te beschouwen, die zijn gerechte straf, dank zij Reynaert, niet ontgaan is.

- Reynaert heeft een hoen gevangen (A878, F862 en B913). Niemand heeft zich hierover echter beklaagd aan het hof van Nobel, zodat geldt: geen klager, geen strafzaak.

- Reynaert heeft Tybeert in de val gelokt en bijna laten vermoorden door de "pape", Julocke en Martinet (A1043-1323, F1029-1311 en B1066-1341). Tybeert wilde echter - net als Bruun - zelf graag op muizenjacht en hij is zelf in de strik gelopen, terwijl Reynaert hem zelfs nog gewaarschuwd heeft van de hele operatie af te zien. Tybeert moet dus beschouwd worden als een gewone dief, die - evenals Bruun - zijn gerechte straf niet ontlopen is dank zij Reynaert209.

- Reynaert heeft een haan gestolen (A1169, F1157 en B1190). Deze haan werd gestolen van de "pape" van "mompelier" (A1156, F1143 en B1178), maar er is nooit een aanklacht aan het hof van Nobel over ingediend.

- De koning en de koningin zijn Reynaert ook niet ontgaan (A1473-1477, F1463-1467, B1513-1527 en D1513-1517). Wat Reynaert precies uitgehaald heeft, wordt niet duidelijk vermeld, maar "we kunnen denken aan een van de latere branches van de Roman de Renart, waar Reynaert zich op slinkse wijze als echtgenoot van de koningin gedraagt"210. En misschien - ook al omdat Reynaert begint met:

     Die coninc en es mi oec niet ontgaen (A1473, F1463, B1513 en D1513)

zonder vooralsnog zijn gemalin er in te betrekken - stond de koningin niet geheel onwelwillend tegenover dit (vooralsnog vage en slechts aangestipte) vergrijp. Als dit werkelijk zo is, zou Nobel hem hierom bezwaarlijk kunnen aanklagen, omdat hij dan zichzelf met hoorns tooit.

- In A1481-1503, F1471-1493, B1521-1541 (en gedeeltelijk D1521-1541) vertelt Reynaert dat hij Ysegrim zich aan een klokkentouw liet binden, waarna de wolf door de monniken afgetuigd werd. Ysegrim bond zichzelf hier blijkbaar vast, want in A1486-1487, F1476-1477, B1526-1527 en D1526-1527 heet het:

     Ic dede hem an die clocke lijnen

     Binden beede sine voete.

Bovendien hebben de hss. F1478-1479, A1488-1489 en B1528-1529:

     Dat luden docht hem so soete

     Dat hijt emmer wilde leren.

Overigens zijn we dit voorval nergens in een klacht van Ysegrim tegengekomen, zodat er geen sprake van een veroordeling zou kunnen zijn.

- Reynaert heeft Ysegrim laten vissen211, tijdens welke gelegenheid de wolf veel slaag ontvangen heeft. In hs. A1504-1507 laat Reynaert de wolf op het ijs vissen waar die hem niet ontkomen kan. Het heeft er in dit handschrift alle schijn van, dat Ysegrim dit pak slaag hier van Reynaert krijgt. In hs. F1494-1497 vist Ysegrim eveneens op het ijs, maar van wie het pak slaag komt, is hier onduidelijk. Ook in de hss. B1542-1544 en D1542-1544 blijft onduidelijk wie de klappen uitdeelt, verder is er geen sprake van ijs212. Nu zou het vreemd zijn als Reynaert hier opeens als agressief personage optreedt, reden waarom m.i. de versie van hs. A niet de juiste is. De andere versies geven te weinig informatie om een oordeel over Reynaerts schuld of onschuld erin te vormen. Overigens wordt ook deze klacht niet door Ysegrim voor Nobel verwoord213.

- Reynaert heeft Ysegrim in de val gelokt bij het stelen van "baken" bij de "pape" van "vimbloys" (A1509), "boloys" (F1499 en D1545) dan wel "vyanoys" (B1545) en hem bijna laten vermoorden door die "pape" en de dorpskinderen (A1508-1605, F1498-1595, B1545-1618 en gedeeltelijk D1545-1588). Ook hier vinden we de formulering:

     Daer dedic ysingrijn in crupen" (A1517, F1507, B1553 en D1553).

Reynaert gaf dus ook hier wel de raad, maar Ysegrim zelf was de inbreker/dief. Bovendien weten we van Grimbeert dat Ysegrim Reynaert bij een eerdere gelegenheid een beloofde "bake" had onthouden, waarbij Reynaert gevangen genomen werd en gepijnigd (A217-232, F207-220 en B221-238), dus mocht Reynaert hem misschien terugpakken!?! Ook hierover horen we Ysegrim overigens niet klagen.

- In A1534-1537, F1524-1527, B1570-1573 en D1570-1573 lezen we alweer dat Reynaert een hoen steelt. Dit hoen was zelfs al bereid en lag op het bord van de "pape". Uiteraard wordt ook hier geen klacht over ingediend.

- In A1606-1645, F1596-1635, B1619-1659 en gedeeltelijk D1639-1655 lezen we dat Ysegrim in de val gelokt wordt bij het stelen van hoenderen, waarbij hij "ghewont toter doot" (A1645, F1635 en B1659) wordt. Ysegrim doet hier wat Reynaert hem zegt te doen (A1616-1617, F1606-1607):

     Daer dedic ysingrijn bi mi

     Vp dat huus clemmen bouen;

B1631-1632:

     Jc seide hem woude hi my gelouen

     Dat hi croop al in die duer,

maar hij doet het zélf. Hijzelf is dus ook hier uiteindelijk de inbreker/dief. Reynaert zorgt ervoor dat hij daarvoor gestraft wordt. De dorpelingen binden hem een steen om de hals (A1591-1592 en F1580-1581) en gooien hem met stenen (A1583, F1573 en B1609)214. Ook hierover horen we Ysegrim aan het hof niet klagen.

- In A1712-1713, F1702-1703 en B1732-1733 bespringt Reynaert, met Grimbeert onderweg naar het hof, een haan:

     Daer na gaf reynaert eenen spronc

     So dat dien hane die plumen stouen.

Buiten dat het volstrekt niet duidelijk is of die haan inderdaad gedood wordt, wordt ook dit voorval niet verwoord bij de klachten die de dieren jegens Reynaert tegen Nobel uiten.

- In de hss. A1921-1924 en F1914-1917 horen we dat Reynaert de ophanging van Ysegrims broeders "beriet":

     Nochtan reynaert diet al beriet

     Ende selue mede ghinc.

In hs. B1950-1953 is sprake van "men" die de broeders hing, sterker nog: het lijkt erop, dat Ysegrim bij die gelegenheid Reynaert ook op had willen hangen!

 

"Ondertussen heeft Reynaert in feite geen enkele nieuwe misdaad bekend, behalve roofmoord in het algemeen, waar geen klachten over te verwachten zijn en die allang zijn verjaard" zegt Lulofs (1983, p. 255) dan ook215. Er is inderdaad weinig, zo niet niks, wat die arme Reynaert ten laste gelegd kan worden.

   Daardoor kan Reynaert zich in de sympathie van de auctoriale verteller (en dus ook van de lezer) verheugen, onder andere tot uitdrukking gebracht in hs. B1911, bij Reynaerts veroordeling, waar die zegt:

     Die crancste heeft die mynste crode.

In de hss. A1876-1877 en F1871-1872 staan echter juist de klagers sterk, als we lezen:

     Die claghen die de dieren ontbonden

     Proufden si mit goeden orconden;

hier wordt bewijs aangevoerd! In hs. B1896-1902 (op ongeveer dezelfde plaats) komt het woord "orconde" voor in de betekenis van "getuigenverklaring".

 

We hebben gezien, dat Reynaert op juridische gronden nooit ter dood veroordeeld zou hebben mogen worden. Toegegeven: hij heeft verschillende dieren een raad gegeven die ze beter niet hadden kunnen opvolgen, omdat die ze op het slechte pad gebracht heeft, waarvoor ze bestraft zijn geworden. Ze zijn daar echter telkens zelf schuldig aan. "Zijn opponenten worden uiteindelijk steeds door hun eigen tekortkomingen, door hun gebrek aan doorzicht en zelfbeheersing bestraft. Reynaerts slimheid is daarbij een catalysator"216. Alleen aan het doden van hoenderen maakt Reynaert zich onomstotelijk schuldig, maar er is geen dier dat zich tegenover Nobel daarover beklaagt. "Geen klacht, geen recht" gold in die tijd217. Daar komt nog bij, dat het discutabel is of de vogels oorspronkelijk wel tot de dieren gerekend werden in de Reynaert218.

   De reden, dat Reynaert tot de galg veroordeeld wordt, moet dus buiten het wettelijke protocol gezocht worden. "Reynaert [...] is alleen moreel schuldig. Het recht functioneert niet meer"219. De meeste dieren zijn er door Reynaert "ingeluisd", ook Nobel (A1473-1477, F1463-1467, B1513-1517 en D1513-1517!), de man die het vonnis uiteindelijk moet vellen220 en die als rechter onpartijdig zou moeten zijn, maar dat helaas niet is...

   De enig denkbare reden dat Reynaert ter dood veroordeeld wordt, is dan ook WRAAK221! Nobel "is Reynaert slecht gezind, de persoonlijke band is verbroken, hij heeft zelf nog iets met Reynaert te verrekenen, en hij is nog eens beledigd door wat zijn boden is overkomen, als het aan hem ligt, wordt Reynaert straks gehangen. Deze partijdigheid van Nobel is reeds aan het begin als vaststaand feit geconstateerd door Tybeert (111) en Grimbeert (195-198). Vermoedelijk zijn de dieren en de toehoorders op de hoogte van de streek die Reynaert de koning heeft geleverd voorafgaande aan de hofdag" (Lulofs 1983, p. 240). "Nu de koning wraak wil en zijn eer geschonden is, houdt het recht op" (Lulofs 1983, p. 291)222. Reynaert moet hangen!223


Vorig hoofdstuk: I Reynaerts "eerlijkheid"Volgend hoofdstuk: DEEL II: HET MOTIEF VAN DE ANGSTII Reynaerts angsten